4804 keer gelezen

Afscheidsrede voor Jean Peckstadt
gehouden te Hoboken bij zijn uitvaart.
(29/06/2010)
Mevrouw, Beste Annie;
Achtbare familie;
Beste Karen, Helen en Elise, zijn lievelingsvriendjes,
Beste vrienden van Jean, hier allen zo talrijk aanwezig, in deze hectische tijd waar iedereen zegt
dat hij tijd tekort komt;
Dag Jean, dag vriend!
Vandaag zijn we hier samen om afscheid te nemen van een monument, een grote mijnheer, een
achtbare man.
Hoeveel keer heeft Jean hier niet zelf gestaan om vanaf deze plek een afscheidsrede te houden
voor vrienden.
Net zoals hij dat zo dikwijls heeft voorgedaan wil ik vandaag hier in alle respect en eenvoud maar
op een diepmenselijke manier afscheid nemen van een echte vriend.
Het ging al een tijdje niet goed met Jean. Maar realist en dienstbaar als hij was duwde hij het
steeds maar weer voor zich uit. Zijn ziekte was niet zo belangrijk! Hoe gaat het met U? was zijn
constante wederwoord.
Slechts in enkele intieme gesprekken liet hij aanvoelen dat zijn levenseinde naderde. Nochtans
bleef hij, wanneer hij kon, trouw de vergaderingen van RVC Hoboken bijwonen ook al vroeg dit op
het laatste enorme inspanningen. Niet zomaar om er bij te zijn, maar als een actief en alerte
deelnemer.
Bij de laatste thuiswedstrijd van RVC nam hij me even apart tijdens de rust van de wedstrijd
met de dwingende vraag of “ik voor hem de afscheidsrede wilde uitspreken bij zijn begrafenis.
Ik moest er geen angst voor hebben, thuis lag voldoende documentatie klaar… “,overtuigde hij
mij. Een beetje beduusd heb ik toen ja gezegd, hopend dat dit moment nog een hele poos zou
kunnen uitgesteld worden. Mijn verbazing was groot wanneer ik hem op een dergelijke serene en
rustige manier hoorde praten over zijn nakend levenseinde. En wanneer het echt niet meer kon,
besloot Jean zelf om op een waardige manier uit te stappen.
Dit voorval typeert Jean tenvolle: hij had graag dat alles geregeld was vooraf en dat hijzelf het
nog kon beslissen. Ook voor Annie moest en zou alles klaar zijn.
Jean werd geboren op 13 oktober 1933 te Wilrijk en verbleef sinds 1962 in Hoboken
achtereenvolgens in de Draaiboomstraat, de Pauwenlaan en tot zijn overlijden op de
Antwerpsesteenweg.
Van vorming was Jean een typograaf. Vandaar stamt zeker zijn hoge punctualiteit en zin voor
correct schrijven. Hij was als dusdanig ook ruim 15 jaar directielid en medewerker aan de
sportredactie van de ‘Volksgazet’. Daar moet de sportmicrobe hem te pakken gekregen hebben.
Vervolgens werd hij directeur van ‘drukkerij de Voorzorg Antwerpen’. Hij beëindigde zijn
professionele loopbaan als bediende van de socialistische mutualiteit in 1993.
Sinds 1971 had Jean ook een rijkgevulde politieke loopbaan. Gemeenteraadslid (71-82) en
Schepen van Sociale Zaken (77-82) van Hoboken (voor de fusie), en nadien districtsraadslid (83-
02), voorzitter districtsraad (83-92). Daarenboven was hij provincieraadslid van 87 tot 94.
Hij was actief als bestuurslid van de toenmalige BSP-afdeling Hoboken (71-78), de SP-afdeling
Hoboken (78-01) en van de SP-koepel Antwerpen (82-01). Hij fungeerde als bestuurslid bij “de
intercommunale voor Energie” (72-03) als bestuurslid bij “de Vlaamse Energie- en
teldistributiemaatschappij” (96-03).
Ik wil nu voornamelijk stilstaan bij zijn periode in de voetballerij van Hoboken. Al in 1960 (50
jaar geleden!) sloot hij zich aan bij de toenmalige Koninklijke Sportkring Hoboken, eerst als
afgevaardigde (delegue) en na één jaar als secretaris-gerechtigd-correspondent van de club
onder voorzitterschap van dhr. Gustaaf Wats.
Jean kende de voetbalreglementen door en door en beheerde zeer punctueel zijn secretariaat.
Een stiptheid die hem is blijven kenmerken en die hij ook eiste van diegene waarmee hij
samenwerkte.
In de jaren tachtig werd Jean voorzitter van het sportcomité en voorzitter van de Raad van
Bestuur. De V.Z.W. kende in hem een kundig, gewaardeerd en gedreven lid. Wanneer hij later een
stap terugzette als voorzitter verzorgde Jean de persrelaties en was tot op de laatste
wedstrijd “terreincommissaris’.
Het raakte hem diep wanneer onder financiële druk KSK in vereffening diende te gaan. Even
dreigde zijn levenswerk, “zijne voetbal” in Hoboken ter ziele te gaan.
Wanneer echter het voltallige jeugdcomité met enkele anderen beslisten er toch mee door te
gaan sprong Jean direct mee op de kar als stuwende kracht. De “éminence grise” van het
Hobokens voetbal (zowel letterlijk als figuurlijk) stelde zijn ervaring en kennis ten dienste van
de nieuwe roodgroene vereniging. Op zoek naar een nieuwe naam voor de club was het Jean die
opperde om de oude oorspronkelijke naam: “Racing Voetbalclub Hoboken” te gebruiken. En zo
geschiedde!
En vandaag sluiten we een hoofdstuk af: RVC Hoboken rouwt bij het verlies van een dergelijk
waardevol en geëngageerd man.
Ik denk met weemoed terug:
• aan de vele en lange gesprekken die we hadden in het winket bij de ticketverkoop,
• aan die momenten dat Jean herinneringen opdiepte uit het roemrijke verleden van KSK
Hoboken (de treinreizen, de 3000 bezoekers tegen Beveren, …),
• aan die momenten dat we, los van het voetbal, het hadden over allerhande levensvragen,
• aan zijn respect voor de overtuiging van eenieder,
• aan zijn openheid van geest,
• aan zijn optimisme en zijn realiteitszin.
• aan zijn sigaar ( en Annie die hierover steeds maar haar bezorgdheid uitsprak!)
Ik denk vooral met veel weemoed terug aan onze laatste gesprekken over zijn ziek zijn en over
sterven.
Ik onthoud zijn ontzettende gedrevenheid om van zijn vereniging iets moois te maken.
Op het einde van dit seizoen konden we hem gelukkig onze dankbaarheid en erkentelijkheid nog
meegeven tijdens de viering van zijn 50 jaar onverdroten inzet voor het voetbal in Hoboken. Het
werd een emotionele viering.
Annie, achtbare familie en beste vrienden: voor Jean was op ‘zomerwendedag 2010’ de cirkel
rond: 50 jaar bestuurslid van KSK en RVC Hoboken, de verkiezingen achter de rug en RVC
promoveert. Een vermoeide krijger gooide de handdoek.
Voor RVC Hoboken zal het begin van de zomer steeds een tweeslachtig gevoel inhouden:
droefenis om het heengaan van zo’n waardevol iemand en dankbaarheid omwille van wat deze man
voor de club betekende.
Jean,
de ervaring die we mochten hebben van warme diepmenselijkheid, de mooie momenten van
openheid, respect en gedrevenheid helpen ons om ons verdriet en onze teleurstelling te dragen.
Gedwongen worden afscheid te nemen van een echte vriend is bijna onmogelijk.
Afscheid nemen van een echte vriend is hem voor de rest van je leven verder dragen
en dichtbij je houden in het diepst van je hart.
Dag Jean, dag maat, je was een reuzemens! Tot later!
Bob Peeters, 29 juni 2010
|